Einde schooljaar

Het is het einde van het schooljaar en we zijn ook aan het einde van ons Latijn. We hebben nood aan rust. 

De kleuter is elke dag zo overprikkeld en moe dat hij ’s avonds niet kan slapen. ‘S Ochtends kan hij dan natuurlijk ook niet uit bed. De ochtenden waarop het meer dan een half uur duurt voor hij wakker wordt, zijn meer regel dan uitzondering. En alles is Drama met hoofdletter D. De verkeerde stoel, de kat die niet doet wat hij wil, om 21.30 niet meer mogen gaan fietsen buiten… Alles kan een aanzet zijn om te gaan overstrekken en krijsen voor minstens een half uur. 

De peuter is ook doodop. Hij sleept zichzelf door de dag. Hij vraagt om 18u om te gaan slapen, kan dan niet slapen. Hij leert heel veel maar is nu wel al een heel lange tijd klaar voor school. 

En wij ook. Wij hebben ook nood aan vakantie. Een vakantie met een minimale ochtendrush. Een vakantie waarbij de kinderen het tempo bepalen. Woensdag gaan we naar een coach. Hopelijk kan zij ons de handvaten bieden die we als ouders al een tijdje kwijt zijn. Handvaten die ons kunnen afhelpen van het gevoel te falen. Te falen als ouder in de ogen van onze kinderen omdat we wel proberen door de boosheid heen te kijken om het probleem te ontdekken, maar dat regelmatig ook niet kunnen. Te falen als ouder omdat we dit allemaal vast wel aan onszelf te danken hebben, die losgeslagen kinderen. Te falen omdat ons geduld niet eindeloos is, omdat we na twee uur strijd ook al eens boos worden. Te falen op zoveel vlakken. 

En alles waar ik na zo’n avond denk, is “dit kan toch niet bij elke kleuter zo moeilijk gaan?” (En ook: (dat belooft, die pubertijd…)

Beelddenken

De laatste paar maanden stonden helemaal in het teken van de kindjes die het moeilijk hadden. De peuter vond geen aansluiting bij de onthaalmama en de andere opvangkindjes. De kleuter was dan weer een grote brok frustratie en faalangst. Veel om ons zorgen over te maken dus. 

De peuter was het makkelijkst opgelost: meer uitdaging bieden! Oefenen op de kleuren, andere spelletjes en behalve wat ochtendlijk gemopper heeft hij vrede genomen met de situatie bij de onthaalmama.

Maar de kleuter… Dat is een ander paar mouwen. Sinds januari was elke zondag drama. Schoppen, slaan, zichzelf helemaal niet in de hand hebben. Na een tijdje vertelde hij dat hij niet gelukkig meer was. Dat hij fouten maakte op school en dat hij dat niet wilde. 

Na heel veel zoeken en praten met school, kregen we een tip over beelddenken. Na wat research was het duidelijk: dit is onze kleuter. En ook: dit zijn wij zelf!

Wat is beelddenken? Alle kinderen denken in eerste instantie met hun rechter hersenhelft. Daar zitten de beelden. Naarmate hun taalvermogen ontwikkelt, gaan de hersenen steeds meer met de linker hersenhelft nadenken, met de talige kant van het brein dus. Bij sommige mensen blijft die rechter hersenhelft echter dominant. En deze mensen zijn dus beelddenkers.

Wat is bij onze kleuter het grootste probleem? 

Ten eerste voelt hij geen tijd aan. Op het einde van de dag is hij boos omdat de tijd al op is. Razend kan hij daardoor worden, want hij heeft heel veel dingen niet kunnen doen. 

Ten tweede is hij traag op school. Zijn werkjes raken niet klaar, tegen de tijd dat hij in gang schiet, is de rest al klaar. 

Voor het eerste probleem kochten we hem een speciaal horloge van http://www.gripoptijd.nl. Daarmee kan hij inschatten hoe lang een bepaalde tijdspanne duurt. Hij kan het zelf ook instellen dus wanneer hij er eigen regie over heeft, werkt het super!

Het tweede probleem wordt moeilijker om aan te pakken. Het punt is namelijk dat beelddenkers 32 beelden per seconde denken (tegenover 2 woorden per seconde bij talige denkers). Daardoor kennen ze vaak het antwoord op de vraag zonder de redenering te onthouden. Terugredeneren is dan de oplossing. Maar dat maakt dus wel dat een beelddenker niks heeft aan een redenering van a naar c die a/b/c gaat. Een beelddenker ziet a, denkt meteen c en kan terugredeneren om b te zien.

Wanneer de juf dus b nog aan het uitleggen is terwijl de beelddenker allang bij c zit, dan is de aandacht weg natuurlijk. En dan doe je niet wat gevraagd wordt. En daar zitten we aan de grootste uitdaging voor onze kleuter. 

Gelukkig denkt de school heel erg mee en komen we snel tot een oplossing!

Fouten

Hij maakt niet graag fouten en daar loopt hij helemaal op vast, onze kleuter. 

Elke zondagavond heeft hij buikpijn. Vanaf ’s middags begint de spanning op te bouwen. Tegen ’s avonds begint hij te schoppen en te slaan en daarna te huilen. Hij wil niet meer naar school want het mannetje in zijn hoofd (zijn hersenen noemt hij zo) houdt niet meer van hem. Wanneer de juf op school een vraag stelt, dan weet hij het antwoord wel maar dan zorgt het mannetje in zijn hoofd dat hij iets fout zegt. 

Hij is doodsbang om zich te vergissen. Vijf is hij en hij kan zich niet neerleggen bij het idee dat andere mensen sommige dingen beter weten. Dingen zoals dat je moet slapen. Of dat je de tijd niet kan terugdraaien. Of dat je sommige dingen niet ongedaan kan maken. 

Hij denkt heel veel na. Over de dood. En wat er na de mensheid komt. Of de dino’s dan terug zouden komen. Hij schrijft en leest maar durft dat niet aan iedereen te vertellen. 

Hij is niet heel erg gelukkig op dit moment. En heel eerlijk, weten we niet meteen hoe we hem kunnen helpen. Als we nu eens wisten wat er in dat kleuterhoofdje allemaal omgaat…

Verbinding

Laatst wilde ik uitleggen wat verbinding is aan iemand. En plots voelde ik dat verbinding wel de lading dekt, maar wat is die lading nu eigenlijk? 

Elke mens is op zoek naar verbinding met een ouder en verzorger, vriend, partner. Dat begint al in de baarmoeder, waar een baby letterlijk in verbinding staat met de moeder door de navelstreng. Na de geboorte, zoekt de baby nog steeds die verbinding. Naar een manier om die virtuele navelstreng aan iemand vast te binden. Omdat te bereiken, gooit een kind een soort anker uit, om die navelstreng aan je vast te haken. Een baby doet dat door te huilen, oogcontact te maken en interacte uit te lokken. Hoe groter het kind wordt, hoe makkelijker een kind zelf dat anker kan gooien en richten. Maar het is wel nodig dat je dat anker opvangt. 

Bijvoorbeeld: onze kleuter was altijd erg boos wanneer ik hem ophaalde van school. Toen ik daar over nadacht, snapte ik plots waarom: hij had last met de overgang. Gedurende de dag, maakte hij verbinding met de juf. Hij gooide zijn anker uit naar haar en wanneer ik hem ging ophalen, vergat ik zijn anker op te vangen. Daardoor bleef hij steeds in verbinding met de school en niet met mij. Daar moest ik wat aan veranderen. Dus ben ik begonnen met als eerste bij het ophalen hem te knuffelen en te zeggen “ik ben blij dat je er weer bent.” Op die manier ontvang ik zijn poging om verbinding te maken en is de overgang naar thuis veel gemakkelijker.

Uiteindelijk is iedereen op zoek naar verbinding. Want alles is nu eenmaal in relatie met elkaar. De mens is geen solitair wezen en zonder verbinding, voel je je eenzaam en verloren. Met kinderen gaat dat net hetzelfde. 

Wat kan je doen om verbinding te maken met anderen? Vertel hen dat je hen ziet, dat je weet dat ze er zijn. Bevestig dat je blij bent hen te zien, dat ze er ook bij horen, dat je geest en je hart open staat om hun anker en hun verbinding te ontvangen. 

Als we allemaal die verbinding met elkaar aangaan, worden we niet alleen zelf gelukkiger, maar wordt de wereld ook voor anderen een mooiere plek. 

  
Met deze tekening probeerde ik onze vijfjarige uit te leggen wat verbinding is en waarom hij zo boos wordt van televisie kijken. Op welke manier probeer jij verbinding te maken met je kinderen en je omgeving? Of heb je daar nog nooit bij stilgestaan?

Bang buikje

Sinds een paar weken gaat de peuter twee dagen per week naar de opvang. Dat had moeder des huizes nodig. Want afspraken maken met mogelijke werkgevers en opleidingen volgen is niet makkelijk met een twintigmaander in huis. 

Dus op dinsdag en woensdagvoormiddag werk ik, op woensdagmiddag heeft de kleuter wat één-op-één tijd met mij (ook echt nodig!) en gaat de peuter naar de onthaalmoeder (voor de Nederlandse lezers: gastouder).

Alleen… Heel vlot gaat het niet… Hij wordt boos wanneer je suggereert dat hij mag gaan spelen. Hij krijst op de weg er naartoe. Gisteren was een heel moeilijke dag. Huilen, niet willen eten… Dus hadden we vandaag een tas met spulletjes meegegeven. Eten dat hij thuis graag eet, kolfmelk, zijn schapenvachtje, foto’s van ons gezin en grootouders, zijn popje,… Onderweg naar de onthaalmoeder riep nog “NEE!”

Tot ik vroeg waarom niet. Toen zei hij “bang M.”
“Ben je bang bij M?”
“ja! Bang buik!”
“voel je dat in je buikje als je bang bent?”
“ja! Bang letijo.”
“Ben je bang van Let it go?”
“ja! Lawaai kindjes. Oortjes pijn.”
“is er teveel lawaai?”
“ja! radio mevrouw bang.”
“ben je bang van de mevrouw op de radio?”
“ja. mevrouw radio. bang. oortjes pijn.”
“maakt de mevrouw op de radio teveel lawaai?”
“ja. Hoofdje pijn.”

Ah, there’s the rub, om het met de woorden van Hamlet te zeggen. Het lawaai van de kindjes maakt hem bang en doet pijn aan zijn oortjes. Daar moesten we wat op vinden! Gelukkig had ik nog een muts in mijn handtas zitten. Die heb ik hem opgezet. 

De dag ging vrij goed, hij heeft goed gegeten, heeft verschillende dingen uitgelegd aan de onthaalmama. Tegen 14u wilde hij zijn muts uit en toen alle kindjes weer beneden kwamen rond 15u30, wilde hij zijn muts weer op. 

Volgende keer eens proberen wat oordoppen voor hulp kunnen bieden. 

In elk geval is deze mama heel trots op haar twintigmaander die gewoon kan zeggen wat hij voelt wanneer hij bang is én die zelf aanvoelt wanneer het te druk wordt voor hem!

Klein mannetje

“Mama, tijdens de avond kan ik niet goed horen en zien. Hoe komt dat?”

Goh. Overprikkeling. Hoe leg je dat uit aan een vijfjarige? Pen en papier bij genomen dus. 

  
“Kijk, dit zijn twee mannetjes. Die zien er hetzelfde uit. Iedere keer wanneer ze iets zien, horen, proeven, ruiken of voelen, komt er een pijltje van buiten in hun hoofd. Dat heet een prikkel. Snap je dat?”

“Ja.”

“Ok. Nu heeft iedereen een soort van mannetje in zijn hoofd. Een mannetje dat tegen de pijltjes die je niet nodif hebt, stop zegt. Maar bij sommige mensen – zoals jij en je broer en papa en mama – is dat mannetje maar heel erg klein. Die kan dus niet zo veel pijltjes tegenhouden.”

“Ah ja, want die is maar klein en die pijltjes zijn groot.”

“Ja, klopt! En daarbij heb je ook nog eens dat wij meer zien en horen en voelen en ruiken en proeven dan andere mensen. En omdat dat zo veel pijltjes zijn, worden je oren en je ogen heel erg moe. Daarom kan je ’s avonds soms minder goed luisteren of zien. Snap je wat er gebeurt?”

“Ja.”

“Weet je wat? Ik vind het best fijn om zoveel pijltjes in mijn hoofd te krijgen. Weet je waarom?”

“Nee”

“Omdat ik daarom ook veel meer kan zien, horen, ruiken, proeven en voelen dan andere mensen. En dat is best bijzonder.”

“Ja. Dat is wel leuk.”

*stilte*

“En nu moet je nog meer pijltjes tekenen want ik heb vandaag veel gevoeld. Want dat mannetje ben ik. En dat mannetje… Wie is dat?”

“Goh… Misschien de juf? Of jouw vriendjes?”

“De juf. Dat is de juf.”

“Begrijp je waarom je minder goed kan luisteren en kijken ’s avonds?”

“Ja. Door al die pijltjes. Daar ben ik heel moe van.”

“Ga je dan slapen?”

“Slaapwel.”

Voor jezelf zorgen

Voor mezelf zorgen is iets moeilijks. Op een of andere manier is het veel makkelijker om jezelf opzij te schuiven om voor iemand anders te zorgen. 

Maar na een jaar hoofdzakelijk alleen voor de kinderen en het huishouden te zorgen, hebben we besloten om ook voor mij te zorgen. Onze peuter gaat nu twee dagen per week naar de onthaalmoeder. Dan heb ik 1,5 dag voor mezelf en de woensdagmiddag om weer in verbinding te komen met onze kleuter. 

Ik heb hier lang over getwijfeld. Omdat het niet meteen binnen onze opvoedkeuzes ligt. Maar ja, alles van werk tussendoor en ’s nachts doen is ook niet altijd haalbaar. Maar hoe krijg ik anders weer wat rust in mijn hoofd of war rust om gewoon eens door te werken?

Vanochtend was het dus zover. De eerste keer. Hij huilde. Ik huilde onderweg naar huis. Ik twijfelde weer. En dan krijg je een foto van je slapende peuter met de opmerking “ik heb hem in slaap kunnen knuffelen”. Dan weet je dat het goed zit!